nieuws

terug naar lijst
09-07-2012

Vanaf 28 juni 2012 wordt de Europese Verordening inzake de sociale zekerheid bij grensoverschrijdende tewerkstelling aangepast.

Wanneer een werknemer of zelfstandige zijn werkzaamheden binnen de Europese Unie uitvoert dan bepaalt de Verordening 1408/71 in welk land die persoon sociaal verzekerd is en waar hij dus sociale uitkeringen kan ontvangen.
Deze Verordening die dateert van 1971 was complex en verouderd geworden en hield uiteraard geen rekening met belangrijke arresten van het Hof van Justitie.
Vandaar dat een modernisering zich opdrong die uiteindelijk heeft geleid tot een nieuwe Verordening 883/2004 die van toepassing zal zijn vanaf 1 mei 2010.
Maar deze Verordening 883/2004 bevatte nog een aantal lacunes en onduidelijkheden. Vandaar dat een nieuwe Verordening 465/2012 zich opdrong.

Welke wijzigingen brengt deze nieuwe Verordening 465/2012  met zich mee?

  1. Algemeen principe

    Aan het algemeen principe van  éénheid van wetgeving en de “lex loci laboris” (werklandprincipe) wordt niet geraakt.
    Dit betekent dat bij een tewerkstelling binnen de Europese Unie de werknemer steeds onder de toepassing van 1 sociale zekerheidstelsel zal vallen en dat de algemene regel hierbij zal zijn, de lidstaat waar de werkzaamheden worden verricht.

    Voorbeeld: Een Belgische werknemer werkt uitsluitend in Nederland.Hij zal dus onderworpen zijn aan de Nederlandse sociale zekerheidsstelsel

    De voornaamste wijzigingen situeren zich op het vlak van de leden van het cockpit- of het cabinepersoneel dat met betrekking tot luchtpassagiers of luchtvrachtvervoer dienst verricht en bij gelijktijdige tewerkstelling in verschillende lidstaten van de EU bij meerdere werkgevers.

    We gaan ons beperken tot de gelijktijdige tewerkstelling van werknemers.
  2. Simultane tewerkstelling of een gelijktijdige tewerkstelling als werknemer op het grondgebied van meerdere lidstaten

    Indien een werknemer zijn werkzaamheden uitoefent voor 1 werkgever  in verschillende landen waaronder zijn woonstaat,zal hij slechts onderworpen zijn aan het sociale zekerheidsstelsel van zijn woonstaat wanneer hij er een substantieel deel van zijn werkzaamheden uitoefent.

    De beoordeling of een substantieel gedeelte van de werkzaamheden in een lidstaat worden verricht zal gebeuren op grond van indicatieve criteria zoals de arbeidstijd en/of de bezoldiging dat minstens 25% zal moeten zijn en dit gedurende de volgende 12 kalendermaanden.

    Voorbeeld: Een werknemer woont in Frankrijk en werkt in België voor een Belgische werkgever.Hij werkt 1 dag per week in Frankrijk.Door het feit dat 1 dag per week lager is dan 25% van zijn totale arbeidstijd,is de werknemer onderworpen aan de Belgische sociale zekerheid,zetelstaat van de werkgever.

    Nieuw: de regel van een substantieel deel van de werkzaamheden in de woonstaat geldt nu ook indien de werknemer in dienst is van  2 of meerdere werkgevers en hij in verschillende EU-lidstaten gaat werken.

    Voorbeeld: Een werknemer woont in België en werkt 10%  in België voor een Nederlandse onderneming A en voor  90 %t in Nederland voor een Nederlandse werkgever B . De werknemer zal onderworpen zijn aan de Nederlandse Sociale zekerheid.

    Indien de werknemer in dienst is bij 2 werkgevers en één ervan heeft zijn zetel in een lidstaat die tevens de woonplaats is van de werknemer, zal hij ook een substantieel deel van zijn werkzaamheden in zijn woonstaat moeten verrichten, anders zal hij onderworpen zijn aan de sociale zekerheid van de lidstaat waar de zetel van werkgever zich bevindt, niet zijn de lidstaat waar hij woont

    Voorbeeld: Een werknemer woont in België en werkt 10%  in België voor een Belgische werkgever en 90 %t in Nederland voor een Nederlandse werkgever. De werknemer zal onderworpen zijn aan de Nederlandse Sociale zekerheid.

    Indien de werknemer in dienst bij 2 werkgevers die die hun zetel of domicilie in verschillende lidstaten hebben maar niet in de woonstaat van de werknemer, zal hij vallen onder de sociale zekerheid van zijn woonstaat.

    Voorbeeld: Een werknemer woont in België en werkt 10%  in Nederland voor een Nederlandse werkgever en  90 %t in Duitsland voor een Duitse werkgever. De werknemer zal onderworpen zijn aan de Belgische Sociale zekerheid.

    Formaliteiten: In geval van simultane tewerkstelling dient een formulier A1 ( vervanger van E101) aangevraagd te worden op basis van een vragenlijst van de Directie Internationale betrekkingen RSZ. De geldigheidsduur is 12 maanden en steeds verlengbaar op eenvoudig verzoek.Dit formulier kan nog niet elektronisch via GOTOT worden aangevraagd.
  3. Overgangsbepalingen

    De nieuwe Verordening 465/2012 treedt inwerking op 28 juni 2012  en is dus van toepassing op nieuwe situaties vanaf 28 juni 2012.

    Voor personen die voor  28 juni 2012 grensoverschrijdend werkzaam zijn blijven nog onder de toepassing vallen van de oude regeling  voor een periode van maximum 10 jaar en dit zolang hun situatie niet wijzigt.

    Deze personen kunnen evenwel een aanvraag indienen om onderworpen te worden aan de nieuwe Verordening 465/2012 waardoor ze onder het sociaal zekerheidsstelsel van een andere lidstaat vallen.
  4. Goed om weten voor een werkgever

    • het is de werknemer die een keuzerecht heeft om onder het toepassingsgebied van de nieuwe Verordening te vallen en niet de werkgever.
    • of de werknemer nog een andere werkzaamheden loondienst uitoefent bij een andere werkgever en waar deze activiteiten plaatsvinden?

 

terug naar lijst